Archief‎ > ‎2013‎ > ‎

Stelvio: Cappucino della Stelvio

Geplaatst 14 feb. 2015 13:06 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:13 bijgewerkt ]

Stel: fietsen op een Franse berg heb je al eens wat vaker gedaan en je denkt: ‘Goh, dat Franse eten gaat wat vervelen. Eigenlijk ben ik zelf meer van de pasta. Zou er in Italie ook een leuke berg staan?’

Vervolgens ga je eens wat googlen op ‘berg opfietsen in italie met pasta’ en dan struikel je al snel over een berg met de illustere naam ‘Stelvio’. Hmmm.. Dat klinkt goed. Hoge berg in Noord Italie, dus niet al te ver rijden EN pasta EN Italiaans ijs! Dat klinkt als een tripje wat niet kan mislukken!

Na wat rondgevraag blijken we in de sportsclub gelederen nog wat meer liefhebbers van pasta en Italiaans ijs te hebben, dus de afspraak om even naar het restaurant op de top van de Stelvio te fietsen is snel gemaakt.

Aangekomen bij de voet van de Stelvio dineren we ‘s avonds steeds in het beste restaurant ter plaatse, waar de panna cotta, risottos, spaghettis en andere lekkernijen je om de oren vliegen. De twijfel slaat toe. Is het eigenlijk wel nodig om naar het restaurant op de top van de Stelvio te fietsen, als aan de voet al zo’n goed restaurant staat? Na lang piekeren komen we tot de conclusie dat we toch maar naar boven moeten fietsen. Het restaurant op de top zou namelijk nog beter kunnen zijn en je vergeeft het jezelf toch nooit als je dat achteraf gemist hebt.

Dus hijsen we ons op zaterdagochtend rond half tien in de fietskleding om op expeditie te gaan. Eerst even een rondje over het industrieterrein om de motor op te warmen, vervolgens de laatste toiletpitstop (scheelt gewicht) en daar gaan we.

De Stelvio is eigenlijk heel makkelijk. Je fietst achtenveertig haarspeldbochten en als je daarmee klaar bent, sta je boven. Ja inderdaad, bij het restaurant. En de hotdogs, stelviopetten, t-shirts, -beertjes, mokken en ander spul wat ze eerst de berg ophijsen zodat iemand anders het er later weer vanaf kan halen.

Wat ze alleen niet bij die achtenveertig haarspeldbochten vertellen is dat het nog een behoorlijk eind fietsen is tot je uberhaupt bij de eerste haarspeldbocht bent. En dat stuk gaat net zo steil omhoog als de rest van de berg. Met elke meter verder naar boven, zakt je moed een meter dieper in je schoenen. Waar blijft die bocht nou?

En ineens is ie er dan. De eerste haarspeldbocht, ook wel bekend als bocht nummer 48. Vanaf hier is het aftellen. De moed klimt weer voorzichtig terug je sokken in, want nu is het echt begonnen. De tweede bocht verschijnt ook nog wat twijfelend, maar al snel volgen de bochten elkaar vlugger op. 45, 44, 43.. Dit lijkt er meer op!

Na een mooi bosrijk deel van de klim fiets je een hoek om en de schrik slaat je om het hart. De top presenteert zich aan je in al zijn glorie, tezamen met de lange weg en de vele, vele haarspeldbochten die je nog moet fietsen. De moed schrikt ook en kruipt weer iets dieper de schoenen in. Moeten we dat hele stuk nog fietsen? Je hoofd springt in de ontkenningsstand en weigert nog langer naar boven te kijken. Gewoon blijven trappen, dan kom je vanzelf bij de top. En bij het restaurant natuurlijk. Nee, echt niet kijken. Ook niet even spieken. Blijf nu maar gewoon trappen.


Langzaam maar zeker komt het restaurant dichterbij. 13, 12, 11.. We kunnen al bijna lezen hoe het restaurant heet. Illusies van voorbijmarcherende ijsjes trekken voor je ogen langs. Ook hier weer even lachen naar de lokale bergfotograaf natuurlijk.

Bocht 6, 5, 4… Gedachten aan een paar medefietserkes schieten spontaan even door het hoofd. Het restaurant kun je nu haast ruiken! Of zijn dat die bleke knakworsten die ze ook op de top verkopen.

En toch nog plotseling stuur je door bocht 1 heen. De finale van de laatste paar honderd meter is begonnen. Nog vijf trappen en we zijn op de top.

We parkeren de fiets en drinken de lekkerste cappuccino en de beste koude melk die je ooit zult drinken.