Archief‎ > ‎2013‎ > ‎

Training 10: Ego paxillum et cratera super*

Geplaatst 14 feb. 2015 12:20 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:23 bijgewerkt ]

Fietsers leven graag in hun eigen wereldje. Want naast het feit dat ze hun eigen verkeersregels en hun eigen grenzen hebben, hebben ze ook hun eigen taal.


Voor de gemiddelde toeschouwer lijkt die taal best oppervlakkig, want de niet-fietser hoort uit de totale fietsvocabulaire eigenlijk alleen maar 'voor', 'tegen', 'achter' en 'HEE KIJK UIT @&€**%*#!!'  


En zeg nou zelf, dat ziet er uit als een flamboyante, maar tegelijk niet zeer verfijnde taal. Schijn bedriegt echter, want net zoals het met Friezen gaat: hun eigen taal spreken ze vooral onderling. En dan blijkt dat het toch wel meevalt. Al snel zul je merken dat de taal is afgeleid van het Latijn. Om precies te zijn is het zelfs een aftakking uit het Latijn wat vooral door (sport)vissers werd en wordt gebezigd.


Waar de vissers echter de taal vooral gebruiken voor de maatvoering van de gevangen vis en met name de mate van inspanning die  nodig was voor het vangen van de lokale grondhaai, zet de fietser het Latijn vooral in om snelheden, hoogtes, steilheden, 'near-misses' en uiteraard de volledig objectieve hoeveelheid afzien mee te omschrijven.


Neem nu bijvoorbeeld de volgende (hypothetische) zin, die vandaag heel goed uitgesproken had kunnen zijn op de top van een -ik noem maar wat- Posbank:


'Godverdorie heb je dat gezien? Er stak zo een buffel over, terwijl ik voluit zat te vlammen op dat kilometerslange stuk van 28%!'


De fietsleek zal nu denken:


1)  Wat?! Een buffel??

2) Vlammen? Brand? Fietsen ze op benzine?

3) 28%? Waar is die andere 72% gebleven dan?


De vertaling is echter vrij simpel. De fietser in kwestie probeert het volgende duidelijk te maken:


'Ik zag vanuit mijn ooghoek een koe staan grazen langs de kant. Dit was bij dat tweehonderd meter lange, best steile stuk met een hellingshoek van zo'n 14% waar ik er een beetje doorheen zat. Heb jij die koe ook gezien?'


Vaak heeft de fietser zelf niet eens door dat hij of zij fietserslatijn spreekt. Neem hem of haar dit niet kwalijk en probeer zijn of haar verhaal ook zeker niet ter plekke te vertalen naar het Nederlands. Vaak komt het gebruik van fietserslatijn voort uit een bron van ongebreideld enthousiasme. Vertaling ter plekke kan dit enthousiasme doen temperen en daarmee ook de moraal van de fietser naar beneden halen. En wanneer je weet dat de fietser die tweehonderd meter lange klim van 14% nog vijf keer in de koude wind op moet fietsen, dan kan het temperen van het enthousiasme een zaak van leven of dood worden.


Knik daarentegen de fietser bemoedigend toe en complimenteer hem of haar met het behalen van zijn of haar prestatie, want ook al is het een beetje gekleurd, het blijft een prestatie.




* Dat betekent dus: ik peddel en kom boven. Volgens Google Translate dan.