Archief‎ > ‎2015‎ > ‎

Te gek

Geplaatst 28 mei 2015 14:26 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:48 bijgewerkt ]
Elf.. Da's toch het gekkengetal? Elf is tenslotte één minder dan twaalf, en da's het getal van perfectie. En elf is ook één meer dan tien wat dan weer het volmaakte getal is. Beetje het gekke broertje dus. Daarom komt de raad van elf ook altijd op de elfde van de elfde voor het eerst bijeen. Alaaf!

En Friesland heeft dus elf steden. Tussen die elf steden kun je schaatsen (in theorie), maar omdat het wel praktisch is als die steden ook bereikbaar zijn als er geen ijs ligt, hebben ze ook maar wat wegen aangelegd. En als die er toch liggen, dan kun je net zo goed even langs al die elf steden fietsen.

Maar je moet wel een tikkie gestoord zijn, als je alle elf de steden van Friesland op de fiets op één dag bezoekt. Da's namelijk 235 kilometer. Op de fiets... Op de kilometer nauwkeurig kun je dan vanaf Drachten met de auto ook in Eindhoven (Alaaf!) staan. Maar je kunt dus ook elf steden bezoeken. In Friesland. Op de fiets...

Als je een dikke elf jaar geleden (want in juni 2003 kocht ik mijn eerste racefiets) tegen mij had gezegd dat er een dag komt dat ik 235 kilometer op een dag zou fietsen, dan had ik je ronduit voor gek verklaard. Sterker nog, als je dat drie maanden geleden tegen mij had gezegd, had ik je nog steeds voor gek verklaard! Ga toch fietsen man, dat doe je toch niet, zo'n eind!

Maar ja, toen was er ineens een elfstedenkaart over. Zeiden ze, want ik verdenk nog steeds een complot. Alles kwam net iets te mooi uit, eigenlijk. 'Joh, ga gewoon mee, hartstikke leuk!'

En nu is die dag die je niet wist dat zou komen, dan aangebroken. De wekker om 4 uur (je bent niet goed bij je hoofd man..) en de backupwekker om kwart over vier voor als die eerste zijn taak niet tot een goed einde brengt, of zijn taak niet overleeft. We moeten namelijk wel op tijd in Bolsward zijn, want vertrekken bij de Elfstedentocht is een militaire precisieoperatie. Zes uur vierenveertig (ja: vier keer elf) is ons lanceermoment, waarbij we ceremonieel onze eerste stempel op ons elfstedenvisum krijgen uitgereikt.

Als de groentjes bij de start aan komen, wordt pas echt duidelijk wat voor gekkenhuis de Elfstedentocht eigenlijk is. Niet normaal, wat een mensen doen daar aan mee! Echt van alles zie je rijden. Van fietsende Friese vlaggen die al bij de eerste post the last post spelen op hun trompet, tot ravende biggen op een tandem. En natuurlijk heel veel malloten op een racefiets. Iedere gek zo z'n gebrek, zullen we maar zeggen. Vrij soepeltjes kunnen we toch door de drukte heen komen en we starten vrijwel precies op het geplande moment, zoals het een militaire operatie betaamt. Nog maar tweehonderdvijfendertig kilometer te gaan...

Waar je alleen niet zo snel bij stilstaat is dat je dus bij de Elfstedentocht, elf steden bezoekt. En in al die steden moet je een stempel halen, anders kun je bij de finish een hele koppige Fries gaan proberen te overtuigen dat je echt wel alles gefietst hebt (hint: dat kun je op je buik schrijven). Dus eigenlijk fiets je elke keer maar een kort stukje voordat je weer van de fiets moet en meeloopt in de gratis inbegrepen wandelvierdaagse naar de stempelpost. En da's maar goed ook, want al dat geschommel op de fiets werkt zo danig op de blaas dat die ook weer geleegd moet worden. Na het stempelen is het dan ook standaard tijd voor het spelletje 'ik zie, ik zie, een hoop drukte bij de dixie'.

Gelukkig hebben we op de route ook een eigen stop ingelast. Met lekkere broodjes, hele lekkere soep en een toilet die helemaal speciaal voor voor onszelf gereserveerd is. Maar ja, als je onderweg elke dixie uittest, tja, dan wil het natuurlijk niet meer als je er echt even goed voor kunt gaan zitten. Gelukkig werkte de (lekkere) soep prima en kunnen we de volgende dixie gewoon weer testen. 

Op weg naar een Dixie


Onderweg is ook nog wel het nodige mee te maken. Zo is het in elk dorp feest en zit bijna iedereen op straat in de tuinstoel of in bad alle fietsers aan te moedigen. Uiteraard onder het genot van een pilsje, want aanmoedigen gaat altijd lastig met een droge keel. Het aanmoedigen gaat overigens via een ongeschreven, maar vaste regel: Wij komen aanfietsen, de toeschouwer merkt ons op, ademt vervolgens in, opent zijn keelgat, spant de stembanden en roept 'HEEUUU!!'. Wij als fietsers beantwoorden deze lokroep met de tekst 'HEEUUU!!', want je moet natuurlijk wel dezelfde taal spreken. De enige uitzondering op deze regel is wanneer wij als fietsers zien dat het biertje wat te hard is ingeslagen en de toeschouwer wat verdwaast in zijn tuinstoel of bad hangt. Dan starten wij namelijk de communicatie met 'HEEUUU!!', wat vaak genoeg is om de toeschouwer weer te activeren voor tenminste een minuut of tien.

Als je dan 135 kilometer aan Dixies en HEEUUUS achter de kiezen hebt, dan kom je weer aan bij het beginpunt in Bolsward. Maar mooi niet dat je dan je kruisje kunt halen, hoor. Nee, de organisatie giet wat gloeiend hete groentesoep je slokdarm in en stuurt je op pad voor nog een ronde van 100 kilometer. Stel je voor zeg.. Na 135 kilometer al een medaille?! Ik tocht ut net! Fytse moatst! 

De groentjes

Dus maar weer op de fiets. Na 135 kilometer begint alles ook net een beetje lekker te draaien, dus zo erg is dat eigenlijk ook niet. Maar ja, wat ze dan natuurlijk wel stiekem weer even doen is een stevige passaatwind inschakelen die zo over het IJsselmeer komt aanblazen. Maar aangezien wij Elfmerentocht veteranen zijn die niet opkijken van een windkrachtje meer of minder, blazen wij ook lekker door over die dijk.

In Stavoren aangekomen tanken we nog even wat melk, zodat de motor het laatste stukje ook nog kan volbrengen. Nu is het alleen nog maar dertig kilometer uitfietsen tot we echt bij de finish zijn.

Zo, nu eerst nog even naar de Dixie, want dat geschommel op de fiets werkt op de blaas. En dan een patatje. Nee, die Elfstedentocht is zo gek nog niet!

Er hoefden geen koppige Friezen overtuigd te worden