Archief‎ > ‎2016‎ > ‎

Wacht effe...

Geplaatst 18 okt. 2016 13:55 door Siep de Vries   [ 18 okt. 2016 13:57 bijgewerkt ]
Lekker rijden. Het kan natuurlijk in elk jaargetijde, maar het gaat vooral echt goed in het najaarsseizoen. Lekker rijden wil ook wel in het hoogseizoen, maar dat doe je dan toch minder. Het weer is er gewoon veel te mooi voor. 

Nee, echt lekker rijden doe je in het najaarsseizoen, wanneer de wind fris begint te worden, het weer wat druilerig en de weg wat glibberig. Dat zijn DE omstandigheden om echt lekker te rijden. 

De rest van het jaar rijd je namelijk vooral gewoon lek. Een keer een steentje die je oppikt, of een stukje glas in de band. Je stopt even, beetje peuteren, nieuw binnenbandje erom, ff pompen en hoppa, weer verder. Geen centje pijn. Maar zo vanaf oktober, dan begint het echte feest. 

Asfaltprut, gemixt met bladerdeeg van kastanjeboom en druilregen vormen samen een alles penetrerende kiezellijm, waar zelfs de zwaarst gevulkaniseerde buitenband met antilekpantser van verarmd uranium, de witte vlag voor zwaait. Laat staan een paar lichtgewicht, hightech racebandjes met superzacht plakt-zo-lekker-in-de-bochtrubber. Die springen zowat al op lek in je schuur, als je de maand september van je kalender afscheurt.

En dat bleek dus ook afgelopen zaterdag. Net warm gefietst op de licht vochtige weg en het was al raak. Zonder aanziens des fiets geeft de achterband de geessssssssst. Geen nood, we zijn voorbereid. De Italiaanse bolide gaat op de kop (probeer dat maar eens met een Ferrari) en vol goede moed wordt het bandje gewisseld. Tijdens het wisselen worden nog gauw even wat banden best practices onderling uitgewisseld: 'Ik neem altijd twee binnenbandjes mee, want je weet maar nooit onderweg'. Onder de indruk van deze toewijding, geven we aan dat dit een uitzonderlijk goede voorbereiding is, maar gelukkig toch maar echt bijna nooit nodig. 

Inmiddels is de band verwijderd, dubbelgechecked, boosdoener vakkundig vernietigd en nieuw rubber om de velg gelegd. We kunnen dus weer op pad. 

Drie kilometer verder komen we, Hemel En Aarde bij elkaar vloekend, weer tot ssssstilssssstand. Zelfde fiets, zelfde band, ander gat. @&%#!!

De bolide gaat weer ondersteboven en het vertrouwen in het rubber daalt per minuut verder onder het vriespunt. We zijn nu zelfs door onze reservereserveband heen. Dat wordt nog een spannende weg terug. 

Maar dat is buiten de tuut-tuut, daar is ie weer: Fietswacht gerekend! 'Binnenbandje hebben meneer?' En na een tijdje gerommel in de bus komt ie naar buiten met een iets te duur binnenbandje, *met* 80 millimeter ventiel!

Tuut-tuut! Binnenbandje hebben??

Hoe! doet! die kerel! dat?? Dat is nou al de tweede keer dat er ineens, uit het niets op een onooglijk binnenweggetje, een joekel van een bus achter je staat, tot de nok toe gevuld met binnenbandjes! (Al was het nog wel even zoeken naar die iets te dure 80mm binnenband). Heeft hij een lekke bandenradar in zijn bus? Reist ie met zijn bus door meerdere dimensies op zoek naar fietsers in ademnood?? Hoe doet ie dat?!!! Het is bijna eng.. 

Nou ja, het zal wel altijd een mysterie blijven. In elk geval konden we opgelucht en vol vertrouwen (maar niet meer in de band) onze weg vervolgen. En die iets te dure reserveband? Nee, die hadden we niet nodig.