Archief‎ > ‎

2013

Stelvio: Cappucino della Stelvio

Geplaatst 14 feb. 2015 13:06 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:13 bijgewerkt ]

Stel: fietsen op een Franse berg heb je al eens wat vaker gedaan en je denkt: ‘Goh, dat Franse eten gaat wat vervelen. Eigenlijk ben ik zelf meer van de pasta. Zou er in Italie ook een leuke berg staan?’

Vervolgens ga je eens wat googlen op ‘berg opfietsen in italie met pasta’ en dan struikel je al snel over een berg met de illustere naam ‘Stelvio’. Hmmm.. Dat klinkt goed. Hoge berg in Noord Italie, dus niet al te ver rijden EN pasta EN Italiaans ijs! Dat klinkt als een tripje wat niet kan mislukken!

Na wat rondgevraag blijken we in de sportsclub gelederen nog wat meer liefhebbers van pasta en Italiaans ijs te hebben, dus de afspraak om even naar het restaurant op de top van de Stelvio te fietsen is snel gemaakt.

Aangekomen bij de voet van de Stelvio dineren we ‘s avonds steeds in het beste restaurant ter plaatse, waar de panna cotta, risottos, spaghettis en andere lekkernijen je om de oren vliegen. De twijfel slaat toe. Is het eigenlijk wel nodig om naar het restaurant op de top van de Stelvio te fietsen, als aan de voet al zo’n goed restaurant staat? Na lang piekeren komen we tot de conclusie dat we toch maar naar boven moeten fietsen. Het restaurant op de top zou namelijk nog beter kunnen zijn en je vergeeft het jezelf toch nooit als je dat achteraf gemist hebt.

Dus hijsen we ons op zaterdagochtend rond half tien in de fietskleding om op expeditie te gaan. Eerst even een rondje over het industrieterrein om de motor op te warmen, vervolgens de laatste toiletpitstop (scheelt gewicht) en daar gaan we.

De Stelvio is eigenlijk heel makkelijk. Je fietst achtenveertig haarspeldbochten en als je daarmee klaar bent, sta je boven. Ja inderdaad, bij het restaurant. En de hotdogs, stelviopetten, t-shirts, -beertjes, mokken en ander spul wat ze eerst de berg ophijsen zodat iemand anders het er later weer vanaf kan halen.

Wat ze alleen niet bij die achtenveertig haarspeldbochten vertellen is dat het nog een behoorlijk eind fietsen is tot je uberhaupt bij de eerste haarspeldbocht bent. En dat stuk gaat net zo steil omhoog als de rest van de berg. Met elke meter verder naar boven, zakt je moed een meter dieper in je schoenen. Waar blijft die bocht nou?

En ineens is ie er dan. De eerste haarspeldbocht, ook wel bekend als bocht nummer 48. Vanaf hier is het aftellen. De moed klimt weer voorzichtig terug je sokken in, want nu is het echt begonnen. De tweede bocht verschijnt ook nog wat twijfelend, maar al snel volgen de bochten elkaar vlugger op. 45, 44, 43.. Dit lijkt er meer op!

Na een mooi bosrijk deel van de klim fiets je een hoek om en de schrik slaat je om het hart. De top presenteert zich aan je in al zijn glorie, tezamen met de lange weg en de vele, vele haarspeldbochten die je nog moet fietsen. De moed schrikt ook en kruipt weer iets dieper de schoenen in. Moeten we dat hele stuk nog fietsen? Je hoofd springt in de ontkenningsstand en weigert nog langer naar boven te kijken. Gewoon blijven trappen, dan kom je vanzelf bij de top. En bij het restaurant natuurlijk. Nee, echt niet kijken. Ook niet even spieken. Blijf nu maar gewoon trappen.


Langzaam maar zeker komt het restaurant dichterbij. 13, 12, 11.. We kunnen al bijna lezen hoe het restaurant heet. Illusies van voorbijmarcherende ijsjes trekken voor je ogen langs. Ook hier weer even lachen naar de lokale bergfotograaf natuurlijk.

Bocht 6, 5, 4… Gedachten aan een paar medefietserkes schieten spontaan even door het hoofd. Het restaurant kun je nu haast ruiken! Of zijn dat die bleke knakworsten die ze ook op de top verkopen.

En toch nog plotseling stuur je door bocht 1 heen. De finale van de laatste paar honderd meter is begonnen. Nog vijf trappen en we zijn op de top.

We parkeren de fiets en drinken de lekkerste cappuccino en de beste koude melk die je ooit zult drinken.


Ventoux dag 4: Mont Vie Tous

Geplaatst 14 feb. 2015 12:44 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:30 bijgewerkt ]

‘Morgen ontbijt om 7 uur! Het wordt morgen warm, dus we willen vroeg starten’. Hmpf, het is vakantie.. Soms vraag je je af waarom je dat doet, dat gefiets. Als je er zo over nadenkt is het namelijk best een rare hobby. Je propt jezelf in een stuk blik om 1400 kilometer verderop een enorme bult steen op te rijden. Daarbij doet alles je vervolgens zeer en toch zeg je dat je het voor de lol doet. Probeer dat maar eens uit te leggen.


De volgende ochtend is het raak om kwart over zes. Onze digitale haan kraait iets te optimistisch de toko bij elkaar. Snel de kleren bij elkaar, om met ogen op stokjes het stokbrood weg te spoelen met echte jus d’orange (voor de mensen die nooit in Frankrijk komen: dat is sinaasappelsap met een dure naam).


Na het ontbijt wachten de auto’s om ons naar Flassan te brengen. Bij de verkenning van een dag eerder bleek de aanlooproute naar de start een soort achtbaan te zijn waar je zeeziek weer vanaf komt. We hebben dan ook besloten om onszelf deze 40 kilometer kwelling te besparen en in plaats daarvan naar een plaats in de buurt van Bedoin te rijden en van daar uit te starten.


Nog even gauw een groepsfotootje gemaakt door de lokale agrariër en op naar Bedoin waar de startstreep gewillig ligt te wachten. Hier en daar toch wat strakke gezichten voor de reus die voor ons ligt, maar iedereen rijdt met goede zin over de startstreep. Wat wil je ook met dat gemoedelijke zonnetje wat hier schijnt.


De aanloop naar het bos is eenvoudig. Misschien zelfs wel te gemakkelijk, zodat het bos je daarna genadeloos knockout kan meppen. Zodra je linksaf het bos in gaat, voel je al direct in de benen hoe gemeen steil dat stuk is. Hele einden met een stijging van 11 à 12% zijn eerder regel dan uitzondering. Tot onze blijdschap blijkt de lokale trekker coöperatie vandaag ook hun jaarlijkse dagje uit te hebben en roken gezellig met ons mee naar boven.


Onze begeleiding crosst ondertussen in twee auto’s de berg op en neer. Hier een bidon, daar een doekje en altijd een welgemeende aanmoediging. Echt zo tof om te horen als je oververhit en druppend van het zweet de berg op kruipt. Ennn.. Geen Céline Dion! Er bestaat dus toch een god.


Eenmaal uit het bos valt de warmte als een deken van je af. Eindelijk wat wind en zuurstof. En wat minder steil, zodat er even wat druk van je benen af kan. Het uitzicht is adembenemend, dus dat is weer wat minder handig voor het laatste stuk van de klim, want elke ademteug kun je nog steeds goed gebruiken. Toch is ook het laatste stuk nog even doorbijten, want elke keer als je denkt dat je er bijna bent, blijkt dat er om de bocht toch nog een nieuw lusje ligt die je ‘even’ moet beklimmen. En bij elke bocht natuurlijk even lachen naar de fotograaf die daar niet zo verdekt opgesteld je druppende neus even haarscherp op de gevoelige plaat vastlegt.


De laatste twee bochten zijn nog een smerig stukje. Nog even een stukje meer dan 10% stijging om het af te leren. Maar gelukkig staat op de top Petra je vrolijk over de streep te juichen, waardoor je even niet mee krijgt dat het laatste stukje nog net iets steiler is.


Bovenop de top wordt alles me ineens weer duidelijk: om samen met goeie vrienden zo’n prestatie neer te zetten is meer dan een hobby. Het is een levensstijl. En dat kun je niet uitleggen, maar alleen maar ervaren.




Ventoux dag 3: Top uitje

Geplaatst 14 feb. 2015 12:43 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:30 bijgewerkt ]

Ook vandaag is weer een dag waarop we een fietstocht gaan doen. ‘t is tenslotte niet het eerste waar je aan denkt als je een weekje fietsvakantie gaan doen. Maar ja, ook wij gaan dus – heel origineel – elke dag fietsen.


De tocht van vandaag is een wat simpeler ritje. Zo’n 40 kilometer om alles wen beetje bij te houden. Eerst klimmen we een stuk, om daarna een lekker lange afdaling te doen, terug naar het dorp. En geloof het of niet, maar tijdens de afdaling gebeurt het: drie fietsen krijgen tegelijk panne. Bij de fiets van Klaas N loopt de ketting eraf, de fietsvan Rienk heeft een achterband die niet goed presteert onder druk en de fiets van Klaas H zit wel lekker op het blad waar ie op zit en gelooft het verder wel. Gelukkig komen daar de meestermonteur capaciteiten van Klaas N snel naar boven, waardoor de fietsen weer sneller aan de praat zijn dan dat je Boeuf bourguignon kunt zeggen. Tevreden rollen we dan ook Montbrun les Bains in.


‘s middags gaan we de Ventoux op. Nee, nog niet met de fiets, maar met de auto. De aanloop naar de start vanuit Montbrun blijkt behoorlijk heftig te zijn, dus daar gaan we even een alternatief op verzinnen. Maar aangekomen in Bedoin zien we de Ventoux in volke glorie liggen te glimmen in de zon.


De klim ziet er vanuit de auto behoorlijk pittig uit, dus we hebben voor morgen een leuk klusje voor de boeg om onze tanden op stuk te bijten.


Maar eerst bijten we onze tanden nog even stuk op het Franse stokbrood. Want zeg nou zelf: picknicken op de top van de Mont Ventoux, hoe cool is dat!




Ventoux dag 2: Zweetfietsen

Geplaatst 14 feb. 2015 12:42 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:29 bijgewerkt ]

Zweetfietsen


Waar we gisteren even lekker konden wennen aan de omgeving, hebben we vandaag een echte fietstocht op het programma. We gaan namelijk een route rijden van zo’n 80 kilometer met drie klimmen er in. En in die klimmen stijgen stiekem de stijgingspercentages ook met een paar graden. Zo kunnen we ons langzaam voorbereiden op De Klim die ons zaterdag staat te wachten.


Stipt om drie over half tien vertrekken de fietserkes op weg naar de drie cols. Het wordt al snel duidelijk dat niet alleen de stijgingspercentages met een paar graden gestegen zijn. Ook de zon heeft de kachel een standje hoger gezet. Op het heetste moment klimmen we in een temperatuur van zo’n 36 graden naar de top. En dat is dus een temperatuur waarbij je een eitje kunt bakken op de motorkap van je auto en ook nog eens moet oppassen dat je daarbij geen blaren oploopt. Meter voor meter zweten we onszelf de berg op, waarbij de bidons zowat sneller leeglopen dan ze gevuld kunnen worden. Het is maar goed dat we onze begeleiding erbij hebben, die ons op het decadente af regelmatig voorziet van een hapje en een drankje, en zelfs zorgt voor de nodige muzikale omlijsting. (Verzoekje overigens: aub. geen Celine Dion meer, daar gaat je gemiddelde snelheid teveel van omlaag).


Vooral de tweede col is met deze hitte een echte sluipmoordenaar. Met heel weinig beschutting brandt de zon in haar volle kracht op je neer. En dat gaat na verloop van tijd wel op je inwerken. Half hallucinerend rijden we de laatste kilometers zingend naar boven.


Maar ook net als vorig jaar komt ook dit jaar weer de afdaling na de klim. Het ideale moment om de zweet even van je af te waaien. Toch jammer dat de afdaling veel korter duurt dan de klim..


Ventoux dag 1: Proeven

Geplaatst 14 feb. 2015 12:41 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:29 bijgewerkt ]

De jaarlijkse clinic, het is inmiddels een beproefd recept. Voor de zesde keer alweer is een berg het slachtoffer om door ons verschalkt te worden. Dit jaar is het alleen toch een beetje anders. Met een nieuwe ‘baas’ en begeleiding als ingredienten zal de clinic waarschijnlijk een nieuwe smaaksensatie opleveren.


Daarom beginnen we vandaag rustig. Zo kunnen de fietserkes weer even wennen aan het klimmen en krijgt de begeleiding een voorproefje van hun taken. En de prachtige omgeving.


De route die we vandaag rijden is echt schitterend. Een tocht van zo’n 60 kilometer met eenvoudige klimmen over rustige wegen, en geweldige vergezichten over de omgeving. Het weer krijgt ook nog eens een tien met een griffel. In een opperbeste stemming verorberen we de route en de complimenten aan onze ‘baas’ voor deze supermooie tocht.


Maar toch, ook al was het een prachtige rit: het hoogste punt van de dag is niet het hoogtepunt van de dag.


Daarvoor stappen we namelijk in de auto’s. We gaan een bezoek brengen aan Domaine de Marrotte, een wijnboer die hier in de regio zit en aan ons wel wil uitleggen hoe je nu eigenlijk van druif tot wijn komt.


Maar eerst moeten we nog op zoek naar brandstof. Aangezien een paar van de wagens alleen nog maar voorzichtig mogen proeven van hun dieselinfuus, wordt het hoog tijd om de auto’s te voorzien van een vers borreltje. Al gauw blijkt dat zelfs twee Toms samen als navigator eigenlijk net de Lotto is. Diesel? Nee, staat niet op de kaart.. Maar na veel omzwervingen langs gecamoufleerde tankstations en hogeschool stuurmanoeuvres waarbij we wat lokale inwoners voorbij het kookpunt krijgen, is het zover: Ja, gas! Oleee!


Toch? De lokale Franse middenstand is niet heel duidelijk in hun boodschap of ze nu open of dicht zijn, dus nog maar heel even verder op speurtocht. Gelukkig is de pomphouder in dit dorp geen monopolist en voert hij ook nog eens een moordende prijsoorlog met zijn concullega die we even later verderop in het dorp vinden.


Mooi zo, met vers sap voor een eersteklas prijsje in de tanks kunnen we op nu op pad naar dat andere sap. Over een parcours waar rallycoureurs smekend voor op de knieeen zouden gaan, bereiken we vlot en mooi op tijd het Domaine de Marrotte, waar de gastheer ons verwelkomt met verhalen over studies in bier en wijntechnologie en tot je knieen in de blubber staan voor je druiven. Zelfs het leven van een wijnmaker gaat niet over Rozen. Hij drukt ons een ghettoblaster en een landkaart van het domaine in de handen en vertelt aan ons dat de rondleiding gepresenteerd wordt door de ghettoblaster, zodat hij zich volledig kan richten op het in perfecte staat houden van zijn zo geliefde druiven.


Dus nemen we als volleerde homies de ghettoblaster op de arm en lopen we onder het genot van bijpassende muziek door het wijnghetto, waar onze virtuele gastheer haarfijn uitlegt waar die wijn van hun vandaan komt.


Maar een bezoek aan de wijnboer kun je natuurlijk niet afsluiten zonder geproefd te hebben van hun goddelijke druivennectar. Eindelijk, het moment is daar: de flessen worden geopend. Alle kleuren, van wit, via rose naar rood passeren de mond. En de wijnen kunnen de goedkeuring van de meester wegdragen.


Als een ware god in Frankrijk sluiten we deze dag af op het terras van het Domaine, onder het genot van een hapje en een drankje en met een prachtig uitzicht op onze eindproef.


Deze dag was absoluut geen beproeving. Sterker nog, het smaakte geweldig!




Training 18: Lauwer smeer

Geplaatst 14 feb. 2015 12:40 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:27 bijgewerkt ]

In het koude februari was het zover: de Mont Ventoux clinic 2013 ging van start. Het doel dat we dit jaar willen bereiken is de top van de Mont Ventoux en de afgelopen winter (lente vind ik te veel eer) hebben we onze spieren geteisterd en de fietsen gegeseld als voorbereiding op deze klim. Je moet er wat voor over hebben om van uitzicht te kunnen genieten.


Dit weekend is alweer de laatste training voor ons vertrek naar Frankrijk. Tjonge, wat gaat dat toch altijd snel. Maar: nog één kans om de spieren te smeren voor we op onze lauweren gaan rusten. Dat kun je natuurlijk maar op één manier doen: een rondje Lauwersmeer.


Het rondje Lauwersmeer is een tocht naar de kust bij Lauwersoog, zodat we onze klim naar de top van de Mont Ventoux echt op 0 meter NAP beginnen.

Van de afdaling vanuit het hoge noorden naar de kust merken we alleen vrij weinig, want er staat me toch een partij wind. Met de complete ploeg ploegen we zo'n 50 kilometer tegen de wind in, want ook dat is een goede voorbereiding op de berg waar het altijd waait.


Aangekomen bij Lauwersoog blijkt dat daar vooral een hoop water ligt, dus het besluit om maar niet verder naar het noorden te fietsen is snel genomen. We gaan eerst nog een stukje naar het westen waarbij een deel van de ploeg tot de ontdekking komt dat ook weggetjes die bij de dijk oplopen soms doodlopen. Waarschijnlijk zijn het de Ventouxkriebels. De benen voelen gewoon een onbedwingbare neiging om wegen te befietsen die richting de hemel gaan.


De terugweg is weer vanouds geweldig. De wind heeft besloten om nog steeds dezelfde kant op te waaien en er staat nog steeds een partij wind. Maar nu waait het de kant op waar wij ook naartoe willen. En als  wind en fietsers het met elkaar eens zijn, dan wil het al gauw snel gaan. Voor we het doorhebben zijn we alweer bijna thuis.


Maar als laatste oefening doen we in deze generale repetitie natuurlijk nog even een bandenwissel. Martin werpt zich op als vrijwilliger en steekt op een onverwacht moment even zijn voorband lek. Op een pittoresk plaatsje tussen Oostermeer en Rottevalle wordt in recordtijd de racefiets voorzien van vers rubber. Bandentest geslaagd.




Het is duidelijk: we zijn er klaar voor. De Lauwersmeer kan worden opgeborgen en de zonnesmeer kan in de tas. Verschroeiende hitte van de Provence, we komen eraan hoor!


Training 17: Spaak

Geplaatst 14 feb. 2015 12:39 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:26 bijgewerkt ]

De Mont Ventoux is vlakbij! Qua vertrekdatum dan, want al over een paar weken staan we rond deze tijd het uitzicht te bestuderen op de reus van de Provence. Maar voor het zo ver is gaan we nog een laatste 'echte' training afwerken. En we stoppen alles er in: kracht, duur, krachtduur, interval.. Nog even een kleine opfrisser welke trainingsvormen er zijn voordat we die uit z'n krachten gegroeide molshoop in Frankrijk op rijden.


Op naar Marum dus, waar onze Mini-Mont nog steeds trouw op ons ligt te wachten. Maar plotseling, vlak na het passeren van Frieschepalen klinkt er een knal.  Een spaak besluit ineens dat ie niet mee wil naar Frankrijk en legt ter plekke het loodje. Klaas wisselt sneller dan een pitcrew van de Formule 1 het achterwiel van Rienk met zijn eigen wiel en we gaan een ingelaste onderhoudsstop doen bij onze materiaalsponsor.


Na een half uurtje is het wiel weer als nieuw en kunnen we verder naar ons trainingscircuit. De spaak rijdt onze training alleen wel een beetje in de wielen, want in plaats van the full package, moeten we de training inkorten naar alleen het krachtduur deel. Maar dat is nog plezier zat hoor, want 'volle bak' fietsen (rare term eigenlijk, ik heb helemaal geen bak bij me en vol is 'ie zeker niet) is toch altijd net of je speelkwartier hebt.


Op het grote blad ransel je je fiets over het Marumse asfalt tot je na drie ronden even kalm aan mag doen en even kunt controleren of alle boutjes nog vastzitten. Als er niks van je fiets is gevallen, dan herhaal je het voorgaande recept nog een keer.


Iets minder moe, maar toch wel voldaan, keren wij en alle spaken op hoge snelheid weer huiswaarts. Stiekem toch nog een krachtduur oefening extra..


Training 16: Rangen en tanden

Geplaatst 14 feb. 2015 12:38 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:26 bijgewerkt ]

Fietsen is niet alleen maar dom een rondje trappen tot je weer thuis bent. Nou ja vooruit, eigenlijk wel, maar 't blijft leuk om te doen. Toch komt er wel eens iets voorbij wat tot stof voor discussie leidt. Een van die onderwerpen die bij fietsers eigenlijk altijd een schot in de roos is, zijn tanden.


Het punt is namelijk dat als je racefietsen allemaal op een rijtje zet, dan heeft iedereen eigenlijk precies hetzelfde ding. Ok, de een heeft een rooie en de ander een zwarte, en de ene fietser heeft een fiets van carbon en de ander van aluminium, maar uiteindelijk roesten ze allebei niet.


Je moet dus iets anders hebben waar je je mee kunt onderscheiden. En nou ja, bij fietsen zijn dat dus tanden. In het achterwiel van een racefiets zit namelijk een aardige collectie aan tandwielen. Voor, bij de trappers trouwens ook, maar die collectie is wat kleiner (overigens zijn die tandwielen ook voer voor VEEL discussie, maar daarover een andere keer). Met die tandwielen zorg je ervoor dat je bij een bepaalde snelheid langzaam  (gaat zwaar), of snel (gaat licht) trapt.


En waar gaat die discussie dan over? Wel, bij het fietsen bestaat er een onzichtbare grens. Niemand weet waar die precies zit, maar als je 'm passeert dan transformeer je van fietser naar renner. En als je de andere kant op gaat... Juist ja. De hoeveelheid tanden van het grootste tandwiel op je achterwiel is van grote invloed op die grens. En de discussie gaat er dan uiteraard over hoeveel tanden dat dan precies moeten zijn.


Als niet fietser denk je nu natuurlijk: 'Nou, dat moeten er vast zoveel mogelijk zijn.' Auto's met meer pk's en computers met meer gigabytes zijn tenslotte ook veel gaver. Maar zoals ik al vaker heb verteld: fietsers doen dingen graag anders.


Dus: hoe minder tanden op het grootste tandwiel zitten, des te groter de kans dat je als echte renner door het leven mag gaan. En eigenlijk klopt dat ook wel, want als je zonder tanden op je tandwiel op de top van een berg weet te komen met je fiets, nou dan ben je echt wel een fietsheld hoor.


Zo ook dus zaterdagochtend. Na een korte, maar toch vrij serieuze discussie hebben we bepaald dat de rennergrens ergens tussen de twintig en dertig tandjes moet liggen. Waar precies weten we nog niet, maar we werken er aan en komen er op terug.


De zaterdagochtend is echter niet bedoeld voor existentiële vragen. Er moet gewerkt worden! En hoe mooi sommige dingen dan ook uitkomen he, de training stond ook in het teken van tandwielen. Via twee oefeningen krijgen we een betere band met een paar van onze tandwielen.


Onze trainster heeft voor de oefeningen een paar nieuwe viaducten (of bruggen, als je druk bezig bent dan zie je dat allemaal niet meer zo duidelijk) uitgezocht in het mooie Friesland. Op het eerste viaduct (of brug) zetten we de fiets voor op het kleine blad (of midden, als je er drie hebt). Achter wissel je tussen de drie kleinste bladen. Elke keer als je het viaduct (of brug) opfietst, dan schakel je een blad zwaarder. Dat doe je tot ze op zijn, en dan begin je weer opnieuw. Je fietst net zolang verbeten heen en weer tot de trainster stop zegt.


Het tweede viaduct (brug) is bedoeld voor een goed gesprek met je grote blad voor. En zowaar is dit een oefening met eigen inbreng: Op het achterblad mogen we zelf kiezen welk tandwiel we gebruiken, zolang die maar zo klein mogelijk is. En ook nu weer net zolang op je tandvlees heen en weer fietsen tot de trainster ziet dat het goed is.


Gelukkig kunnen we bij deze training ook weer het nuttige met het aangename combineren, want het is ook tijd voor een verzetje bij onze materiaalsponsor: Hiemstra Fietsen. We gaan er namelijk nog even langs voor een koffie en lachen even onze tanden bloot voor een kiekje ('Say Thiieeessss').


Zoals je ziet, het leven van een fietser gaat niet alleen over rozen, maar ook over tanden. Maar ach,  uiteindelijk is er maar één moment waarop je ze echt  moet laten zien...


Training 15: Thuisbankieren

Geplaatst 14 feb. 2015 12:37 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:26 bijgewerkt ]

De Posbank. Een bult zand ongeveer in het midden van Nederland, speciaal neergelegd voor fietsers die in juni een hoge berg op moeten, maar dichterbij nog even willen oefenen met een miniberg. En vandaag gaan we daar naartoe om nog even de bandjes op te ruwen en de stuurmanskunst aan te slijpen.


Alleen.. Er is een klein probleempje. Op de kaart zit er een grote blauwe vlek boven de Veluwe, waardoor de Posbank compleet onvindbaar is. Nou ja, dan maar spinnen. Wel zo goed voor de bandjes. Dus de fietsdrager maar weer van de auto en nog even uitbuiken op de zitbank.


Fit en vooral heel wakker verschijnt iedereen tegen een uur of elf op de sportschool. De damesploeg is er ook. Handig, kunnen we mooi uit de wind fietsen. De Posbank heeft voor inspiratie gezorgd bij de trainer, want we gaan een binnenberg opfietsen: de Pijnbank.


De Pijnbank is best een grillige berg. Er zitten zware stukken in de klim, maar ook veel plekken waar je even kunt herstellen. Niet dat je dan even kunt uitpuffen op een picknickbankje hoor, dat herstel is ook maar relatief. Het is meer dat je in plaats van zwaar en snel, even minder zwaar en minder snel trapt. Ook niet te lang natuurlijk, want we zijn niet op vakantie op de Pijnbank.


Genieten van het uitzicht op de Pijnbank zit er niet in. We moeten de berg zo snel beklimmen als we kunnen. En bij het afdalen ben je net even te veel met jezelf bezig om het uitzicht in je op te nemen. Maar het hoort erbij. Hoe meer  moeite je er nu in steekt, hoe makkelijker je straks om je heen kunt kijken op de Mont Ventoux. En daar is het uitzicht een stuk mooier dan op de Pijnbank.


Na anderhalf uur afzien is iedereen wel een paar keer op de top geweest. En door de bank genomen staat iedereen er prima op. Dat wordt een makkie in juni!


Training 14: Shots

Geplaatst 14 feb. 2015 12:36 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:26 bijgewerkt ]

Vandaag is een belangrijke dag. Wat zeg ik, vandaag is een zeer belangrijke dag! Iedereen heeft het haar netjes in de scheiding, de overschoenen gepoetst en het fietspak extra gestreken, want we gaan op visite bij een paar van onze sponsors. Maar dat doen we natuurlijk niet voordat we weer een shot van onze gezamenlijke verslaving hebben gehad: Een uurtje (of twee) pijnlijden op de racefiets.


Vreemd genoeg blijft fietsen, hoe lang je het ook gedaan hebt, namelijk wel pijn doen. Maar dan wel fijne pijn hoor. Ik kan het eigenlijk best aanbevelen aan de lezer. Dus wilt u, lezer, ook een shot, dan kan ik u in contact brengen met een dealer.




We beginnen met een half uurtje infietsen. Pijnlijden doe je namelijk het best als je het lekker warm hebt. En bij het infietsen valt iets op: Het is hartstikke druk op weg! Met racefietsers! Waar die ineens allemaal vandaan komen.. Maanden zijn ze nergens te bekennen en ineens struikel je er zowat over.  In de buurt van Beetsterzwaag zwaaien we nog even naar de damesploeg die heel toevallig vandaag ook een stukje aan het fietsen is en dan is het zover.

Pijnlijdtijd.


'Voorrr op de grote plaat en achter op de derrrtien! Vierrr rondjuhs! Dat stuk voor op klein en dat stuk rust! Start!'


De trainster roept de instructies de groep in en iedereen schakelt de fiets op standje zwaar. Binnen een rondje loopt de pijn je benen in, maar dat is het hele doel van de oefening, dus we gooien er nog een schepje bij. Voordat je het doorhebt zijn de vier rondjes alweer achter de rug. Verdorie..


Maar gelukkig, de trainster brengt redding. We gaan nog vier rondjes en nu nog iets zwaarder. Fijn, we gaan nog wat langer door met de pijn, gassen met die handel! Terwijl we rondjes rammen over het circuit bij Beetsterzwaag en tussendoor wat auto's en andere wielrenners ontwijken, trekt het fijne pijngevoel verder omhoog de benen in, in de richting van de longen. Dit gaat lekker!


De sessie is te snel weer achter de rug en omdat we maar moeilijk afscheid kunnen nemen van het circuitje, gaan we er nog maar even een rondje uitfietsen. En na dat rondje uitfietsen zal de gemiddelde fietser denken: mooi, naar de sponsors!


Nee hoor, de trainster heeft zowaar nog een verrassing: we gaan een tijdloze ploegentijdrit doen! Dat wil zoveel zeggen als dat we drie ploegen maken die alledrie zo hard als ze kunnen over het circuitje knallen. Ook deze keer weer vier rondjes. En omdat we een tijdloze tijdrit doen en we dus niet weten welk ploegje het snelst was, is iedereen winnaar! Wat natuurlijk weer als voer gebruikt kan worden voor de beste opschepverhalen onderling. Geniaal concept niet?


De strijd is hard en zwaar en de ploegen zijn erg aan elkaar gewaagd, maar na drie (huh, drie?) rondjes ploegen is er inderdaad duidelijk geen winnaar aan te wijzen. Behalve Rienk dan, want die gebruikt het laatste rondje als terechte ereronde.


Nou, nu zijn we echt klaar hoor, op naar de sponsors voor een paar andere shots. Met het haar niet meer zo netjes in de scheiding, de overschoenen niet meer zo mooi gepoetst en de vouw uit de fietskleding komen we als eerste aan bij Noorderland makelaars om ons even door Petra strak op de plaat vast te laten leggen. Daarna door naar Autobedrijf Jelle Talsma, waar we ons om een prachtige Fiat 500 heen draperen.


Nog vijf weken, dan staan we op de top!


1-10 of 22