Archief‎ > ‎2015‎ > ‎

50/50

Geplaatst 22 mrt. 2015 08:35 door Siep de Vries   [ 15 mrt. 2016 15:41 bijgewerkt ]
'Ah juh, dat kan wel. Hoe erg kan het nu helemaal worden, toch?' Terwijl deze legendarische woorden nagalmden in onze hoofden togen we gisteren richting Wageningen voor een mooie toertocht van zo'n 110 kilometer over de Utrechtse heuvelrug en Amerongse berg, om wat klimkilometers in de benen te krijgen. Nou ja, eigenlijk één klimkilometer, want de route die we van plan waren te rijden bevat zo'n 1000 hoogtemeters en is bij anderen ook wel bekend als de JanJanssen Classic.

En dat is inderdaad die Jan Janssen die de Tour ook ooit heeft gewonnen, dus die kerel weet wel wat klimmen is. Goeie inspiratie voor ons, toch?

Want dat vooruitrijden hebben we inmiddels wel onder de knie, maar het schijnt dat je daar in Limburg ook af en toe omhoog moet rijden. Omlaag ook trouwens, maar dat lukt zonder training en met wat overlevingsdrang ook vanzelf wel. Misschien dat je hier en daar eens opstijgt van een verkeersdrempel, maar beneden kom je wel. Wij focussen ons dus dan ook voornamelijk op het omhoog fietsen.

De weersvoorspelling voor de zaterdag was de hele week wat wispelturig. Waar het eerst best aardig leek en de week zelf ook prachtig weer had, begon de virtuele weerman steeds meer aan zichzelf te twijfelen en op zaterdagochtend was het dan ook fiftyfifty kans op slecht weer.

Maar ja, fiftyfifty kans op slecht weer, is ook fiftyfifty kans op goed weer en aangezien het uiteindelijk eigenlijk altijd wel meevalt, zijn we dus gewoon vertrokken. 'Ah juh, dat kan wel. Hoe erg kan het nu helemaal worden, toch?'

In Wageningen aangekomen leek het er inderdaad op dat het de goeie fifty zou worden. Als we uit de auto stappen is het droog en alleen wat bewolkt. Dikke prima!
We hijsen ons allemaal in de fietskleding en na de broodnodige fietsbrandstof (inderdaad: boterkoek, wafel en koffie) springen we allemaal enthousiast op de fiets.

En wat er toen gebeurde is toch een beetje een raadsel. Misschien sprongen we iets te enthousiast op de fiets en hebben we per ongeluk een scheurtje in een wolk gemaakt ofzo, maar in elk geval was het vanaf dat moment mis. Het begon te druppen.

Zoals de meest Nederlanders wel weten: Je hebt twee soorten regen: gewone regen en zeikregen. Gewone regen is niet zo bijzonder: het regent en het wordt weer droog. Je wordt er wel nat van, maar hé: niet zeiken, het is zo weer voorbij. De tweede soort is van die miezerige net-niet regen wat maar niet ophoudt en waar je echt ontzettend nat van wordt. Echt van die ehm.. zeikregen dus.

Wij kregen regensoort nummer twee op ons bord. Echte, originele en onvervalste zeikregen in zijn meest pure vorm. Na tien minuten had iedereen fietsschoenen met automatische voetwasinstallatie en zagen we eruit alsof we zojuist als goede middenmoters mee hadden gedaan in het WK veldrijden. Na een uur voelde je fietskleding als een tweede huid (ongedoucht) en na twee uur waren de (nieuwe) remblokken van de fiets finaal op. Duidelijk. Tijd om te stoppen.

En dus is gisteren het onmogelijke gebeurd. Voor het eerst in het bestaan van 'ons cluppie' hebben we een rit voortijdig afgebroken. Na 50 kilometer was iedereen zo klaar met het gezeik dat we ons boeltje bij elkaar hebben gezocht en terug naar Drachten zijn gereden in onze heerlijk warme en droge auto's. 




Maar goed. Gelukkig zitten er twee dagen in een weekend, dus op zondag een nieuwe kans in de omgeving van ons mooie Drachten. Tijd voor een rustig fietstochtje met de ploeg van het bewegingscentrum. Spontaan gebombardeerd tot 'hoofd route van de rustige zondagploeg' kreeg ik de eer om een route van zo'n 55 kilometer te bedenken. Ehm.. Ehm.. Ok, ik weet nog wel iets.

En waar ik de mensen van 'het cluppie' na al die jaren inmiddels door en door ken, is dat bij het bewegingscentrum nu nog niet het geval. Logisch als je nog maar drie keer met ze hebt meegefietst. En dat zorgt dus af en toe voor verrassingen.

'Hoi, ik rij vandaag maar even met de rustige groep mee. De snelle groep zei dat ik dat maar beter kon doen, want ik heb nog niet zoveel gefietst dit jaar. Of eigenlijk is dit de eerste keer dit jaar op de racefiets.'

Nou ja, dan is dit ritje natuurlijk ideaal he. Het tempo ligt niet zo hoog en de afstand is niet al te ver, dus ideaal om even aan de fiets te wennen. Halverwege hoor ik in mijn rechteroor: 'sjongejonge, al die shag, dat kun je wel merken hoor.'

Wanneer we na zo'n 50 kilometer Drachten weer bijna in rijden, hoor ik naast me een vraag: 'Gaan we over het viaduct? Ah toe?' Ach ja, waarom ook niet, he. Dus waar we rechts het viaduct op gaan waar eigenlijk links de bedoeling was, zie ik iemand een sprint uit zijn fiets trekken, waar we Rijkswaterstaat voor kunnen bellen om de kreukels weer uit het asfalt te strijken. En waarschijnlijk mag ie z'n fiets ook weer rechtbuigen. Niet normaal, wat een sprint. Met zoveel explosieve power zou hij iets moeten doen.
BMX lijkt me wel wat..